Dashboardlampjes en symbolen op de motor

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Veiligheidseisen en speciale situaties

Je motor heeft lampjes op het dashboard. Die lampjes vertellen je hoe de motor ervoor staat. Elk lampje heeft een eigen kleur. De kleur laat zien hoe dringend de melding is.

Kleur Betekenis Voorbeelden
Groen Iets staat ingeschakeld Dimlicht aan, richtingaanwijzer knippert
Blauw Informatie of aandacht Groot licht aan
Geel/oranje Let op, actie nodig Brandstof bijna op, bandenspanning laag
Rood Stop direct, gevaar ABS-storing, lage acculading, motortemperatuur te hoog, te laag oliepeil
Dashboardsymbool

Een pictogram op het instrumentenpaneel van de motor. Het geeft informatie over de toestand van een systeem of onderdeel.

Waarschuwingslampje

Een lampje op het dashboard dat oplicht als er iets mis is, of als een systeem ingeschakeld is. De kleur laat zien hoe urgent de melding is.

Verklikkerlicht

Een controlelampje dat laat zien dat een functie actief is. Bijvoorbeeld het groene lampje dat knippert zodra je richting aangeeft.

ABS

Antiblokkeersysteem. ABS zorgt dat je wielen niet blokkeren bij hard remmen. Brandt het ABS-lampje rood? Dan werkt het systeem niet goed.

Acculampje

Een rood lampje dat aangeeft dat de accu niet goed laadt, of dat de spanning te laag is. Brandt dit lampje? Stop dan zo snel mogelijk.

Brandt er een rood lampje? Stop dan zo snel mogelijk op een veilige plek. Rijd pas verder als je weet wat er aan de hand is en het veilig en opgelost is.

Groene en blauwe lampjes zijn informatief. Ze verstoren je rijden niet. Een geel lampje vraagt wel om aandacht, maar je kunt nog rustig doorrijden. Laat de motor bij de eerstvolgende gelegenheid nakijken.

Bij een rood lampje ligt dat anders. Dat wijst op een ernstige storing, bijvoorbeeld een te hoge motortemperatuur of een te laag oliepeil. Rijd je dan toch door, dan kan de motor beschadigen. Stop daarom direct en zet de motor uit.

Je rijdt op een landweg en ziet opeens een rood lampje branden op je dashboard. Het blijkt het temperatuurlampje te zijn. Rustig rijd je naar de kant en zet je de motor uit. Na tien minuten afkoelen controleer je het koelvloeistofpeil. Dat blijkt te laag te zijn.