Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Veiligheidseisen en speciale situaties
Soms merk je iets raars tijdens het rijden. Je motor schokt, sllingert of trilt bij het remmen. Of er brandt een lampje op je dashboard. Stop dan zo snel mogelijk op een veilige plek. Rijd niet verder totdat een monteur het heeft nagekeken.
Onbalans betekent dat een wiel of band niet gelijkmatig draait. Daardoor trilt de motor, vooral bij hogere snelheid.
Slingeren is een heen-en-weer beweging van de motor. Dit kan gevaarlijk zijn. Je verliest dan grip op de weg.
Trillen is een snelle, kleine schudbeweging. Je voelt dit in het stuur, de voetsteunen of de zitting.
De uitlaat is het systeem dat verbrandingsgassen afvoert. Is de uitlaat los of lek? Dan maakt hij plotseling veel meer lawaai dan normaal.
Een waarschuwingslampje op het dashboard geeft aan dat er iets mis is met de motor of met een onderdeel. Negeer het nooit.
Trillen en onbalans wijzen vaak op een probleem met de banden of velgen. Een band kan te weinig lucht hebben of ongelijkmatig versleten zijn. Soms zit er ook een knikje in een velg, bijvoorbeeld na een klap op een drempel of kuil.
Meer lawaai dan normaal wijst vaak op de uitlaat. Een losse of lekkende uitlaat kan eraf vallen tijdens het rijden. Dat is gevaarlijk voor jou en anderen. Stop daarom en laat hem controleren.
Je rijdt op een provinciale weg en voelt dat je stuur begint te trillen. Bij hogere snelheid wordt het erger. Je rijdt rustig naar de dichtstbijzijnde parkeerstrook en stopt. Je belt een monteur. Zo voorkom je een ongeluk door een losse band of kapotte velg.
Een brandend waarschuwingslampje is een signaal dat je nooit mag negeren. Het kan gaan om motorolie, remvloeistof of een elektrisch probleem. Rijd daarom naar de dichtstbijzijnde garage of bel voor hulp.
